Artikel: Ziekteverzuim in zorg en welzijn

Verzuim | Artikel

Januari 2018

De arbeidsmarkt in zorg en welzijn is al jaren in beweging. Het personeelstekort zorgt niet alleen voor meer aandacht voor instroom van nieuwe medewerkers, maar ook voor behoud van bestaande medewerkers. Een gezond personeelsbestand is daarbij van groot belang. Tegelijkertijd groeit het ziekteverzuim in de sector, waardoor de kosten en personeelstekorten toenemen. Om grip te krijgen op deze ontwikkeling, zetten we in deze publicatie enkele belangrijke trends en feiten rondom ziekteverzuim in zorg en welzijn op een rij.

Groei ziekteverzuim zorg en welzijn

Het arbeidsmarktdashboard Arbeidsmarkt in Beeld van Transvorm maakt gebruik van data van Vernet om ziekteverzuim in beeld te brengen. In de eerstvolgende sectie wordt een selectie van deze data toegelicht, daarna presenteren we nader onderzoek met enkele andere relevante en interessante bevindingen.

Het percentage ziekteverzuim[1] in de sector zorg en welzijn in Nederland is gegroeid in 2016 ten opzichte van 2015. Uit de preview van Vernet met betrekking tot de verzuimcijfers in 2017, blijkt dat de groei van verzuim gestaag doorzet[2]

1

Tabel 1: Verzuimpercentage naar leeftijdsklasse (tabel 1) en meldingsfrequentie naar leeftijdsklasse (tabel 2). Bron: Vernet.

In tabel 1 is te zien dat het verzuimpercentage in het derde kwartaal van 2017 – ten opzichte van het vierde kwartaal in 2014 – is toegenomen met 0,39%. Het verschil is het grootst in bij de oudste groep medewerkers, namelijk de categorieën ‘46 t/m 55 jaar’ en ‘56 jaar en ouder’. Daarentegen is de meldingsfrequentie[3] tot en met het derde kwartaal van 2017 beperkt toegenomen, en vergeleken met de periode ‘2014-4 t/m 2015-3’ is deze zelfs afgenomen.

Dit verschil tussen het verzuimpercentage en de meldingsfrequentie kan wellicht verklaard worden doordat er sinds twee jaar geleden weliswaar minder werknemers, maar voor langere periode verzuimden. De data van Vernet over de duur van verzuim laat zien dat het vooral de lange verzuimperiodes zijn waarbij het verzuimpercentage is toegenomen ten opzichte van eerdere jaren. Als het langdurig verzuim bij werknemers toeneemt, blijven er ook minder werknemers over die zich ziek kunnen melden, waardoor de meldingsfrequentie mogelijk ook lager wordt.

Het verzuimpercentage van medewerkers die 1 t/m 14 dagen verzuimden is, in het tweede kwartaal van 2017, afgenomen ten opzichte van 2016. Het verzuimpercentage voor de duur van 15 t/m 91 dagen is slechts minimaal toegenomen. Dit terwijl de verzuimpercentages van medewerkers die 92 t/m 365 dagen of meer dan 365 dagen verzuimden, duidelijk is gegroeid. De meeste medewerkers verzuimden gedurende 92 tot 365 dagen.

Noord-Brabant t.o.v. Nederland 

In figuur 1 is te zien dat het ziekteverzuimpercentage in Noord-Brabant in alle vier de kwartalen van 2016 hoger was dan het landelijk ziekteverzuimpercentage.

 2

Figuur 1: Het verzuimpercentage in de Zorg in Nederland (oranje), afgezet tegen het verzuimpercentage in de Zorg in Noord-Brabant (grijs). Bron: Arbeidsmarkt in Beeld, Transvorm.

Opvallend is dat de meldingsfrequentie in Noord-Brabant in alle vier de kwartalen lager was dan de meldingsfrequentie in Nederland (zie figuur 2). De gemiddelde meldingsfrequentie in 2016 in Nederland was 1.07, terwijl die in Noord-Brabant 0.98 was[4]. Zowel in Nederland als in Noord-Brabant is de meldingsfrequentie aanzienlijk hoger in het eerste en het vierde kwartaal – de wintermaanden – dan in de het tweede en derde kwartaal.

3

Figuur 2: De meldingsfrequentie in de Zorg in Nederland (oranje) afgezet tegen de meldingsfrequentie in de Zorg in Noord-Brabant (grijs). Bron: Arbeidsmarkt in Beeld, Transvorm.

Uit de data op het arbeidsmarktdashboard blijkt ook dat het percentage medewerkers dat verzuimde voor langere periodes – 15 t/m 91 dagen, 92 t/m 365 dagen en 366 t/m 730 dagen – in Noord-Brabant hoger was dan in Nederland, terwijl het percentage medewerkers dat verzuimde voor korte periodes – 1 t/m 14 dagen – in Noord-Brabant juist lager was dan in Nederland. Onderstaande interactieve figuur laat dit verschil zien.

  • Verzuimpercentage naar duurklasse

Verzuim en leeftijden

Uit tabel 2 blijkt dat het verzuimpercentage van medewerkers in de sector zorg en welzijn in Noord-Brabant is toegenomen in 2016 ten opzichte van 2015 in alle leeftijdscategorieën[5]. De verschillen in toename van ziekteverzuim tussen leeftijdscategorieën zijn niet erg groot, maar het ziekteverzuim is het meest toegenomen in de leeftijdscategorie ‘46 t/m 55 jaar’ (toename van 0,24%).

Noord-Brabant vaart daarbij dezelfde koers als Nederland in 2016 ten opzichte van 2015, aangezien ook in Nederland het verzuimpercentage in alle leeftijdsgroepen is toegenomen. Zoals te zien is in tabel 2, is in Nederland het verschil tussen leeftijdsgroepen echter net wat groter. De leeftijdscategorieën waarbij ziekteverzuim het meest toenam in Nederland zijn de categorieën ‘46 t/m 55 jaar’ en ‘56 jaar en ouder’. De toename in 2016 ten opzichte van 2015 in deze leeftijden is met 0.29% net wat hoger dan de grootste toename in Noord-Brabant van 0.24% bij de groep medewerkers van 46 t/m 55 jaar.

  • Meldingsfrequentie zorgsector naar leeftijdsklasse

4

Tabel 2: Verzuimpercentage Zorg naar leeftijd in Nederland en Noord-Brabant. Bron: Arbeidsmarkt in Beeld, Transvorm.

In onderstaande interactieve figuur en tabel 3 is te zien dat de meldingsfrequentie in Noord-Brabant bij de jongste (t/m 45 jaar) groepen medewerkers beperkt is toegenomen in 2016 ten opzichte van 2015, maar bij de medewerkers van 46 t/m 55 jaar en 56 jaar en ouder is de meldingsfrequentie juist afgenomen. Het zou kunnen dat, aangezien het ziekteverzuimpercentage juist het meest toenam in de categorie ‘46 t/m 55 jaar’, deze groep zich relatief langer ziekmeldde. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat op latere leeftijd meer slijtages, heupklachten of hart- en vaatklachten voorkomen[6]. Deze klachten zijn vaak niet gemakkelijk te genezen of te verminderen, waardoor oudere werknemers langer uit de running zijn dan jongere werknemers die, volgens het CBS, vaker last hebben van migraine of astma.

In Nederland is de meldingsfrequentie in alle leeftijdscategorieën (beperkt) toegenomen, met uitzondering van de leeftijdscategorie ‘46 t/m 55 jaar’; daar bleef deze gelijk. Ook is de groei in de categorie ‘56 jaar en ouder’ slechts 0,01%. In tegenstelling tot Noord-Brabant is de meldingsfrequentie dus bij geen enkele leeftijdscategorie afgenomen in 2016 ten opzichte van 2015. Toch geldt ook in het geval van Nederland dat dezelfde tendens zichtbaar is met betrekking tot oudere werknemers: het verzuimpercentage groeide het meest bij deze groepen, terwijl de meldingsfrequentie bij hen daarop juist achterbleef.

  • Meldingsfrequentie zorgsector naar leeftijdsklasse

Samenhang factoren en verzuim

5

Tabel 3: Meldingsfrequentie Zorg naar leeftijd  in Nederland en Noord-Brabant. Bron: Arbeidsmarkt in Beeld, Transvorm.

Naast bovenstaande trends en ontwikkelingen van verzuim in Zorg en Welzijn in Noord-Brabant, zijn er andere onderzoeken die interessant zijn met betrekking tot verzuim. We beschrijven deze hieronder.

Verschillen in branches en organisaties

Naast de verschillen in leeftijdsgroepen, regio’s en duur van verzuim, zijn er ook verschillen in branches en organisaties. Uit onderzoek van AZW (zie tabel 4) blijkt dat in 2016 het percentage ziekteverzuim binnen de sector zorg en welzijn het hoogst was in de branche VV&T, namelijk 6,3%, terwijl het ziekteverzuim het laagst was in de Huisartsenzorg en Gezondheidscentra, namelijk 3,8%[7].

6

Tabel 4: Ziekteverzuimpercentage per branche. Bron: AZW, 2016.

Wat ook opvalt is dat, volgens data van het CBS, het ziekteverzuimpercentage[8] in Sociaal Werk in 2016 lager was dan het ziekteverzuimpercentage Sociaal Werk in 2012. Toch kende ook het ziekteverzuimpercentage in Sociaal Werk een stijging in 2016 ten opzichte van 2015[9]. Dat geldt niet voor de Kinderopvang; volgens cijfers van FCB is het ziekteverzuimpercentage in de Kinderopvang gedaald ten opzichte van 2015. Dit verschil is echter slechts 0,1%[10].

Volgens onderzoek van IZZ[11] maken steeds meer zorgmedewerkers gebruik van fysiotherapie en psychische zorg. In 2016 maakte al 1 op de 20 mensen gebruik van psychische zorg. Vooral in de branches VV&T en GHZ is het zorggebruik hoog. Daarbij zijn mantelzorgers in het algemeen vaker ziek dan niet-mantelzorgers[12]. Zij worden namelijk zowel lichamelijk als psychisch dubbel belast. Of zoals IZZ rapporteert: ‘Met name het werk-privéconflict veroorzaakt bij zorgmedewerkers die ook mantelzorger zijn veel stress’.

Het ziekteverzuim verschilt ook per organisatie. Uit nationaal onderzoek van Actiz[13] blijkt dat het ziekteverzuim gemiddeld het laagst is bij kleinere (omzet tot €20 miljoen) en het hoogst is bij middelgrote (omzet van €40 tot € 100 miljoen) VV&T instellingen.

Samenhang van kenmerken en verzuim 

CBS concludeert dat het ziekteverzuim in de gezondheids- en welzijnszorg hoger is dan het gemiddelde ziekteverzuimpercentage van alle bedrijfstakken in Nederland: ‘In het eerste kwartaal van 2016 was het verzuim in de zorg 5,8%; 1,5 procentpunt hoger dan het gemiddelde verzuim. Dat is het grootste verschil sinds eind 2005.’[14] Het hoogste ziekteverzuim in 2016 – het gemiddelde over alle kwartalen – kwam voor in het openbaar bestuur (5,3%), gevolgd door de gezondheids- en welzijnszorg (5,1%). Het ziekteverzuim is, sinds 2009,  het laagst in de horeca (2,2%)[15].

Volgens CBS hangen de verschillen in ziekteverzuim tussen sectoren ‘deels samen met de onderzochte kenmerken van werknemers en hun werksituatie’[16]. Uit onderzoek van CBS blijkt dat er veel factoren samenhangen met verzuim. Hieronder zijn de meest interessante factoren, of de factoren met de sterkste samenhang met verzuim uitgelicht.

Uit hun onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het ziekteverzuim vaak hoger is wanneer de betreffende medewerker:

  • Een vast contract heeft;
    W
    erknemers met een vast contract verzuimen bijna dubbel zoveel dan werknemers met een flexibel contract
  • Een slechte gezondheid ervaart; 
    Medewerkers die hun gezondheid als ‘zeer slecht’ ervaren, verzuimen bijna vijf keer zo vaak als medewerkers die de conditie van hun gezondheid als ‘gaat wel’ ervaren. Ook personen met een chronische aandoening verzuimen aanzienlijk vaker dan werknemers zonder chronische aandoening.
  • Ouder dan 25 jaar is; 
    vooral wanneer de werknemer ouders is dan 45 jaar. Werknemers in de leeftijd van 45 tot 75 jaar verzuimen meer dan dubbel zoveel dan medewerkers van 15 tot 25 jaar.
  • Gescheiden of verweduwd is; 
    Werknemers die verweduwd of gescheiden zijn verzuimen aanzienlijk meer dan medewerkers die dat niet zijn.
  • Een vrouw is; 
    Vrouwen verzuimen meer dan mannen.
  • Een migratieachtergrond van de tweede generatie heeft; 
    Medewerkers met een migratieachtergrond van de tweede generatie, verzuimen meer dan personen met een Nederlandse achtergrond.
  • Geïntimideerd wordt door leidinggevenden of collega’s;  
    Medewerkers die regelmatig geïntimideerd worden door leidinggevenden of collega’s, verzuimen vaker dan medewerkers die niet geïntimideerd worden door een leidinggevende of collega. Wanneer medewerkers geïntimideerd worden door klanten, in plaats van collega’s of leidinggevenden, is deze samenhang met verzuim veel minder sterk.

Volgens CBS zijn er nog andere kenmerken die, afzonderlijk gezien, lijken samen te hangen met ziekteverzuim. Denk hierbij aan zwaar fysiek werk, gevaarlijk werk, onderwijsniveau of onregelmatige werktijden en weekenddiensten. Wanneer echter alle kenmerken van werknemers en hun werksituatie in samenhang worden bekeken, blijkt dat zij geen significante relatie met ziekteverzuim hebben.

Dit geldt ook voor het verschil tussen sectoren. Zo kan het zijn dat het hoog ziekteverzuimpercentage in Zorg en Welzijn deels wordt veroorzaakt door het hoge aantal vrouwen dat werkt in deze sector, de onregelmatige werktijden zoals werken in het weekend en de nachten, of bijvoorbeeld door het lichamelijk zware werk. Aan de andere kant werkt een zorgmedewerker nauwelijks thuis, iets waardoor men zou verwachten[17] dat het ziekteverzuimpercentage juist lager wordt. Hierdoor kunnen bovenstaande kenmerken dus niet in het geheel het verschil tussen sectoren verklaren en zijn andere factoren ook mogelijk van invloed.

Redenen voor verzuim Zorg en Welzijn

Maar hoe zit het dan met medewerkers in de sector zorg en welzijn in het bijzonder? TNO en CBS[18] hebben onderzoek gedaan onder werknemers in Zorg en Welzijn en vroegen naar hun redenen voor ziekteverzuim middels de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (2016). Zij komen tot een aantal bevindingen.

Volgens onderzoek van TNO is de meeste gehoorde oorzaak van ziekteverzuim in Zorg en Welzijn de werkdruk of werkstress (zie figuur 3). Zo’n 37,7 % van de medewerkers in de Gezondheids- en welzijnszorg geeft deze reden voor verzuim op. In de Gezondheidszorg ligt dit percentage (41,6 %) hoger dan in de Verpleging, Verzorging en Begeleiding met overnachting of Maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting. 21,7 % van de medewerkers geeft aan dat een andere belangrijke oorzaak van het verzuim het zware lichamelijke werk is. De lichamelijke belasting is vooral in de Verpleging, Verzorging en Begeleiding met overnachting een belangrijke oorzaak, namelijk in 27,6% van de gevallen, voor het ziekteverzuim. Slechts een nihil gedeelte van de werknemers vond te moeilijk werk of problemen met collega’s of ondergeschikten een reden voor ziekteverzuim. Ook problemen met de leidinggevenden werden niet vaak als oorzaak voor verzuim opgegeven.

7

Figuur 3: Werknemers naar reden voor verzuimklachten. Bron: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2016 (TNO/CBS)

Best practices

Minstens zo belangrijk als de feiten, cijfers en redenen voor verzuim, zijn de oplossingen. Hoe kunnen we het verzuim terugdringen en focussen op de duurzame inzetbaarheid van medewerkers in de Zorg en Welzijn? We geven enkele mooie voorbeelden uit de praktijk.

Vernet geeft veel voorbeelden van best practices in de Zorg en Welzijn: Bravis ziekenhuis, Gemiva-SVG Groep, Talant, JP van den Bent en nog vele anderen. Deze organisaties scoorden, in een van de (of meerdere) afgelopen jaren, hoog in de Vernet Health Ranking. Zij kenden een laag verzuim, of hun verzuim is drastisch verlaagd door een bepaald beleid te voeren. Je kunt de gehele interviews op de site van Vernet lezen. Wat hierbij opvalt is dat bij veel van deze cases de nadruk ligt op leiderschap, betrokkenheid, bewustwording en de focus op het wél, in plaats van niet, kunnen. Hieronder lichten we enkele vaak gehoorde quotes uit deze interviews toe.

Betrokkenheid en intrinsieke motivatie

Onderstaande organisaties stellen dat hun organisatie de nadruk legt op het betrekken van medewerkers en de focus op hun intrinsieke motivatie (het leuke aan het werk en de organisatie). Zo blijven medewerkers positief betrokken bij ontwikkelingen in de organisatie, iets wat de kans op langdurig verzuim zou verkleinen.

‘We tonen ons als werkgever zeer betrokken. En dat levert ook veel op: je ‘koopt’ zo bijna betrokkenheid terug van de medewerkers voor hun werk.’ 
Aimée Roumans, manager P&O bij Baalderborg Groep
‘Die re-integratie van een collega moet tijdig worden ingezet, al werk je maar voor een klein percentage. De binding en het wederzijds contact zorgen er namelijk voor dat medewerkers niet voor een erg lange periode verzuimen’. 
Ellen Waanders, arbo en verzuimspecialist bij Rivierduinen
‘Daarna besloten we te werken aan gezondheidsmanagement. Dat is ontstaan vanuit de positieve psychologie: we geloven dat het leuker is te werken aan iets wat je wél wilt, dan aan iets wat je niet wilt.’ 
Ingrid Vermeulen, manager P&O bij GGZ Noord-Holland-Noord

Focus op het kunnen

Men moet niet denken in de beperkingen, maar in de mogelijkheden van zieke medewerkers, aldus de woordvoerders van de best practices.

'Prima, kom dan naar locatie en ga met cliënten het eten bereiden. Ook iemand met een gebroken been kan bij cliënten de aardappels schillen voor het eten en meerijden met een collega.’
Marlies Mens, personeelsadviseur bij  JP van den Bent Stichting
‘De leidinggevende stelt vrijwel altijd de vraag: wat kan je nog wél doen?’
Monique Kuhlmann, manager algemene zaken bij Rivierduinen
‘Op dit moment gaat de medewerker altijd in overleg met de leidinggevende of er een mogelijkheid is tot passende arbeid’
Guido Dahler, HRM-adviseur bij Valkenhof

Gedeelde verantwoordelijkheid en bewustwording

Gedeelde verantwoordelijkheid met betrekking tot verzuim tussen medewerkers en leidinggevenden, en tussen medewerkers onderling, kan helpen om verzuim terug te dringen. Daarbij is bewustwording ook belangrijk; bij de praktijken die goed scoorden in de ranking van Vernet, is opvallend dat de focus bij hen gelegd wordt op de hinder van verzuim, ook voor collega’s. 

‘We waren voorheen vooral van de overtuiging ‘ziek=ziek’. Met de gesprekken wil je meer naar de afspraak dat verzuim een keuze is: het gedragsmodel’
Arnoud Slooff, zorggroepmanager bij Bravis
‘Medewerkers hebben zelf de verantwoordelijkheid ook genomen: mensen worden aangesproken als ze vaker verzuimen. Er zijn bijvoorbeeld wel eens afdelingen geweest met tien procent verzuim. De rest moet veel harder lopen en valt daardoor ook weer sneller uit. Daar helpt het als ook de collega’s tegen elkaar zeggen dat vaak verzuimen hinderlijk is.’
Arnoud Slooff, zorggroepmanager bij Bravis
‘We zien dat collega’s elkaar aanspreken. Als iemand zich ziek meldt, zegt zijn collega bijvoorbeeld tegen hem: ‘Joh, ik heb dat vorige week ook gehad, maar ik heb gewoon gewerkt’.
Carol van Ramshorst, personeelsadviseur bij Christelijk Verpleeghuis Norschoten

Sterk leiderschap

Sterk leiderschap is belangrijk. Daarbij hoort een sterk persoon die de lijntjes kort houdt, maar ook samenwerking en consistentie binnen de organisatie rondom ziekteverzuim is belangrijk. De driehoek van bedrijfsarts, personeelsadviseur en leidinggevende blijkt daarbij ook van belang te zijn om elkaar alert te houden.

‘We hebben nu de permanente doelstelling: geen moment verslappen. Blijf constante aandacht houden. En daar heb je een goede bedrijfsarts voor nodig die daar stevig aan meewerkt. Hoewel het voor de leidinggevende niet altijd even plezierig is, wordt hij wel constant in de nek gezeten door de bedrijfsarts en P&O adviseur.’
Gert Schlaman, concerncontroller HR bij Talant
‘Alle (dreigende) ziektegevallen worden besproken in de driehoek van de bedrijfsarts, de personeelsadviseur en de leidinggevende. In je organisatie trek je één lijn waarbij je met z’n drieën afspraken maakt en toetst.’
Nelly van Zweeden, hoofd P&O bij Het Nij Smellinghe Ziekenhuis
‘De bedrijfsarts, de psychologen, de fysio, allemaal passen ze hetzelfde gedragsmodel toe.
Arnoud Slooff, zorggroepmanager bij Bravis

Enkele mooie aanvullingen daarop komen van zorgmedewerkers zelf. In het boek ‘Hoe(zo) eigen regie?’[19] (2017) van Vernet staan verhalen van medewerkers. Enkele voorbeelden van hun tips om verzuim in de Zorg terug te dringen:

‘Mensen belonen die zich niet ziek melden. Dat hoeft niet materialistisch te zijn, maar kan in de vorm van een compliment’.
'Ook vertrouwen, aandacht en inlevingsvermogen blijkt belangrijk: ‘Zorg voor een hele persoonlijke benadering’.
‘Je moet werknemers stimuleren en motiveren. Zij zijn de motor van de organisatie: smeer het goed in, waardoor de werkvreugde toeneemt. Dat vermindert de uitval’.

 

Conclusie

Met deze publicatie beogen wij meer inzicht te geven in het ziekteverzuim in Zorg en Welzijn in Nederland en Noord-Brabant in het bijzonder. Het ziekteverzuimpercentage in de sector zorg en welzijn neemt toe in Nederland, en nog meer in Noord-Brabant. Diverse factoren lijken invloed te hebben op dit verzuim. Tegelijkertijd is er geen eenduidige oplossing voor het terugdringen van ziekteverzuim. Maar met het oog op het grote personeelstekort in de Zorg en Welzijn, is het wel degelijk van belang om ziekteverzuim terug te dringen. Hopelijk kunnen bovenstaande trends, ontwikkelingen en voorbeelden van goede praktijken dienen als hulpmiddel om meer grip te krijgen op het ziekteverzuim in uw organisatie en het verbeteren van de duurzame inzetbaarheid van medewerkers in Zorg en Welzijn.

Bronvermeldingen

[1] Arbeidsmarkt in Beeld, Transvorm (2017): http://transvorm.arbeidsmarktinbeeld.nl/transvorm-noord-brabant

[2] De meldingsfrequentie is het aantal ziekmeldingen in een verslagperiode dat gedeeld wordt door het aantal werknemers in die periode.

[3] Het verzuimpercentage is hier het totaal aantal ziektedagen dat gedeeld wordt door het totaal aantal dienstverbanddagen en vermenigvuldigd met 100%. Dit percentage is exclusief zwangerschapsverlof en betreft de branches Ziekenhuizen, GGZ, GHZ, VV&T.

[4] Vernet (2017): http://www.vernet.nl/grafieken-uit-nieuwsbrieven

[5] Arbeidsmarktdashboard (2017): http://transvorm.arbeidsmarktinbeeld.nl/transvorm-noord-brabant

[6] CBS (2016): https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2016/42/langdurig-verzuim-door-ziekte-bij-oudere-werknemers

[7] Het ziekteverzuimpercentage (ZVP) is gedefinieerd als het totaal aantal ziektedagen van de werknemers, in procenten van het totaal aantal beschikbare (werk-/kalender)dagen van de werknemers in de verslagperiode, inclusief het verzuim langer dan een jaar en exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof.

[8] FCB (2017): https://www.fcb.nl/sites/default/files/factsheet_verzuim_sociaal_werk_2017-i.pdf

[9] FCB (2017): https://www.fcb.nl/sites/default/files/factsheet_verzuim_kinderopvang_2017-i.pdf

[10] IZZ (2016): https://www.izz.nl/thema/gezond-werken/psychische-belasting/artikelen/zorgmedewerkers- gebruiken-steeds-meer-zorg

[11] IZZ (2015): https://www.izz.nl/uploads/content/file/IZZ_Inzicht1_special_web_1494937370.pdf

[12] Actiz (2017): https://www.actiz.nl/benchmark2017

[13] CBS (2016): https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/26/relatief-hoog-ziekteverzuim-in-de-zorg. Dit zijn de bevindingen van onderzoek van het CBS, waardoor cijfers kunnen afwijken van cijfers van Vernet.

[14] CBS (2017): https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/27/verschillen-in-ziekteverzuim-tussen-bedrijfstakken (p.6). Dit percentage is het gemiddelde over 2016 en wijkt daarom af van het eerder genoemde kwartaalcijfer.

[15] CBS (2017): https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/27/verschillen-in-ziekteverzuim-tussen-bedrijfstakken

[16] Op basis van het onderzoek van het CBS.

[17] Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden TNO/CBS (2016) : http://www.monitorarbeid.tno.nl/cijfers/nea-benchmarktool

[18] AZW (2016): https://www.azwinfo.nl/jive/jive. AZW gebruikte hiervoor de data van CBS en Vernet.

[19] Niet online beschikbaar. Te bestellen via: http://www.vernet.nl/boek-hoezo-eigen-regie