Blog: Vertrouwen in de toekomst?

Werkgelegenheid | Blog

16 oktober 2017
Martin van Berloo / Beleidsmedewerker Strategische Analyse

“Vertrouwen in de toekomst”, dat is de titel van het regeerakkoord 2017. Ik plaats er graag een vraagteken achter. Vertrouwen in de toekomst? Heb ik dat? Hebben we dat?

Ik spits dat graag toe op de vraag: Heb ik vertrouwen in de toekomst van de sector zorg en welzijn? Het antwoord daarop is niet gemakkelijk te geven. Als ik kijk naar de grote groep mensen die zich dagelijks met hart en ziel inzet in de sector, dan zeg ik volmondig ja. Maar waarschijnlijk hangt mijn vertrouwen in de toekomst van de sector meer samen met mijn vertrouwen in de politiek. En dan is het ineens een stuk minder gemakkelijk om positief te antwoorden. Daarin blijk ik niet de enige.

Vertrouwen in de politiek?

Uit de meest recente peiling naar de opvattingen van Nederlandse burgers (het Continu Onderzoek Burgerperspectieven, april 2017) blijkt dat slechts 31% van de burgers het eens is met de stelling: ‘De meeste politici zijn bekwame mensen die weten wat ze doen.’ Geen resultaat waar je als politicus trots op kunt zijn. Maar als ik naar het politieke beleid met betrekking tot onze sector kijk, dan snap ik de uitslag wel. Ik zal wat gebeurtenissen sinds de verkiezingen laten passeren.

Is de politiek alert?

Eind mei werd bekend dat het kwaliteitskader verpleeghuiszorg juridisch "geborgd en bindend" was en dat er hierdoor 2,1 miljard euro extra naar de zorg moet voor extra personeel. In juli werd bekend dat in 2018 een bedrag van 435 miljoen euro structureel beschikbaar zou komen (waarvan 100 miljoen al eerder was toegezegd), wat verder op kan lopen tot de genoemde 2,1 miljard. 

De formerende partijen zijn zich blijkbaar rot geschrokken, maar dat speelde zich voornamelijk achter de schermen af. De Tweede Kamer leek halverwege september pas wakker te worden, na een publicatie in de Volkskrant. Er leek wel paniek uit te breken. Diverse Kamerfracties reageerden ‘ontstemd’ over consequenties van het kwaliteitskader, met name over de langetermijneffecten op de kosten van de zorg. Dat is nogal opmerkelijk. Ten eerste reageerden ze op iets wat ze al maandenlang hadden kunnen weten. Blijkbaar ‘zaten ze nog niet zo goed in de materie’. Ten tweede hadden alle partijen tijdens de verkiezingscampagne de mond vol over investeringen in de verpleeghuiszorg. Dus wat viel er eigenlijk te klagen?

Opmerkelijk vond ik ook de reactie van demissionair minister Dijsselbloem. Hij vroeg zich hardop af of de macht van het Zorginstituut niet te groot is geworden. Hij fantaseerde al over manieren om dit soort beslissingen op een andere manier te nemen. Ik ben bang dat hij daarmee voorsorteerde op een uitweg, om niet aan de uitgave van de - wettelijke verplichtte - 2,1 miljard euro te hoeven voldoen. Maar daarover later meer.

Hoe toevallig was het dat ongeveer tegelijktijdig de SCP-publicatie over ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen zo’n positieve ontvangst kreeg? Sommige mensen interpreteerden het rapport wel heel erg positief. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat hier andere belangen een rol speelden.

Is de politiek deskundig?

Vervolgens kregen we eind september de eerste politieke krachtproef, tussen het aanstaande kabinet en de aanstaande oppositie, over de verhoging van het eigen risico. In het kort; het demissionaire kabinet besloot het eigen risico te verhogen, het aankomende kabinet besloot dit weer terug te draaien maar wel de premie te verhogen en de aankomende oppositie probeerde dit weer te voorkomen. 

Al met al een staaltje symboolpolitiek van de bovenste plank. Volgens mij waren zowel de voorstellen van het aankomend kabinet als van de aankomende oppositie van slechte kwaliteit. Ik vroeg me af of er wel mensen met verstand van zaken in de fracties zitten. Je hoeft niet heel goed te kunnen rekenen om te begrijpen dat de rekening linksom of rechtsom toch bij de burger terecht komt. Daarbij kwam nog dat de Raad van State stevige kritiek had op het plan om het eigen risico te bevriezen.

En dan nog de toon van het debat over het eigen risico. Als dit een voorbode is voor de komende vier jaar, dan valt er weinig te lachen, behalve als je van holle retoriek en spierballenpolitiek houdt. Dat is overigens een wereldwijde trend, dus we zullen er ook hier niet aan ontkomen. Vooralsnog heb ik alleen maar medelijden met politici die in een debat als een woedende kleuter (letterlijk) met de vuist op tafel slaan.

Het nieuwe beleid staat vast. Of toch niet?

Inmiddels is er door het verschijnen van de Miljoenennota 2018 en het Regeerakkoord 2017 duidelijkheid over de financiën voor Zorg en Welzijn in de komende jaren. Eerdere toezeggingen zijn daarmee bevestigd. Er komt meer geld voor de langdurige zorg en voor het aantrekken en scholen van (extra) personeel.

Helaas is er ook minder goed nieuws. Er moeten -nieuwe-  hoofdlijnenakkoorden gesloten worden over medisch-specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsen- en multidisciplinaire zorg en wijkverpleging. Dit moet 1,9 miljard euro per jaar opbrengen. Hoewel ik de maatregel wel had verwacht vind ik hem ook opmerkelijk. Het kabinet heeft blijkbaar vertrouwen in de effectiviteit van deze akkoorden. De Algemene Rekenkamer maakte eind 2016 echter bekend dat eerdere akkoorden slechts een beperkt financieel effect hadden en dat er op inhoudelijk vlak nauwelijks vooruitgang was geboekt. Het Centraal Planbureau waarschuwt inmiddels dat een bezuiniging van 1,9 miljard via hoofdlijnenakkoorden onhaalbaar is, en dat de kwaliteit van zorg daarmee wel in gevaar komt.

De plannen in het Regeerakkoord spreken elkaar ook tegen. Er moet fors bezuinigd worden in de eerstelijnszorg, de huisartsenzorg en de wijkverpleging. Tegelijkertijd zet men in op de ‘beweging van meer zorg van de tweede naar de eerste lijn’. Maar hoe kan dat als juist in die eerste lijn wordt gesneden? Dat is vragen om problemen. De doelstellingen om mensen langer thuis te laten wonen en zorg dichter bij huis te verlenen komen enorm onder druk te staan. En willen mensen nog wel thuis blijven als de extramurale zorg uitgekleed wordt en de intramurale zorg aangekleed? Ik vrees dat het kabinet met deze maatregelen in de eigen voet schiet.

Een kat in het nauw maakt rare sprongen

Als laatste dit: Ik geloof dat ik een roepende in de woestijn ben als ik twijfel uit of die extra 2,1 miljard euro wel structureel richting de zorg komt. De toezeggingen voor 2018 geloof ik wel (al weten we ook nog steeds niet hoe die beschikbaar komen) maar wat er daarna gebeurt moeten we nog maar eens zien. Ik hoor te vaak dat de uitgaven op kunnen lopen tot 2,1 miljard. Alsof dat nog niet helemaal zeker is.

Noem me achterdochtig. Ik kan het niet hard maken, maar ik denk dat men uitwegen zoekt om onder de verplichting uit te komen, en ook dat ze gevonden kunnen worden. Bijvoorbeeld in de Impactanalyse van de Nederlandse Zorgautoriteit. 

De woorden van staatssecretaris Van Rijn galmen nog door mijn hoofd: "Ik wil zeker weten dat het geld wordt besteed aan waar het voor bedoeld is: extra personeel en betere zorg voor bewoners". Ik leg dan de nadruk op extra personeel. Want wat gebeurt er als blijkt dat het onmogelijk is om extra personeel aan te trekken? Dat is een reële gedachte; zorgorganisaties en stakeholders op de arbeidsmarkt roepen in koor dat er geen personeel te vinden is. Op basis van demografische ontwikkelingen kunnen we vrij hard stellen dat er altijd personeel te weinig zal zijn.

Heeft de sector óók in eigen voet geschoten? Komen de noodkreten om extra personeel als een boemerang naar ons terug? Als ik negatief (of reëel?) denk dan kan ik me voorstellen dat de volgende minister van VWS zegt; “Het extra geld is bestemd voor extra personeel. Zolang er geen extra personeel is hoeft er dus ook geen geld voor te zijn”.

Hopelijk zie ik het verkeerd!

Hopelijk heb ik het mis en lachen jullie me over een tijdje uit. Maar ik vrees voor een lange periode met politiek spektakel, mistgordijnen, afleidings- en ontwijkingsmanoeuvres die de kwaliteit en personeelsvoorziening van Zorg en Welzijn niet ten goede zullen komen!